Er is iets vreemds aan de hand. We leven in de meest verbonden tijd ooit — meldingen, nieuwsfeeds, podcasts, livestreams — en toch voelt het alsof niemand meer echt iets zegt. Alles wordt gezegd, maar niets wordt gehoord.

Ik merk het aan mezelf. Zodra er even een moment van rust is, grijp ik naar mijn telefoon. Niet omdat er iets belangrijks te lezen valt, maar omdat de stilte ongemakkelijk is geworden. Wanneer is dat gebeurd? Wanneer zijn we het verleerd om gewoon even niets te doen?

De paradox is dat we tegelijkertijd hunkeren naar rust. Meditatie-apps, digitale detoxen, silent retreats — het zijn groeiende industrieën. We betalen voor stilte die vroeger gratis was. We downloaden apps om ons te helpen onze andere apps te negeren.

"De mens die niet meer stil kan zijn, heeft ook niets meer te zeggen."

Dat is misschien te zwaar aangezet. Maar er zit iets in. Meningen worden steeds luider, maar ook steeds holler. De nuance verdwijnt niet omdat mensen die niet meer willen — ze verdwijnt omdat het algoritme haar afstraft. Nuance krijgt minder likes.

Dus misschien is dit een pleidooi voor stilte. Voor het uitzitten van een gedachte voordat je hem de wereld instuurt. Voor het lezen van het artikel in plaats van alleen de kop. Voor het durven zeggen: ik weet het niet.

Dit is tenslotte maar een mening. Niets meer, niets minder.